Een man van 35 had last van plankenkoorts. Normaal gesproken was hij heel zeker van zijn kennis en wilde daar graag over vertellen. Hij deed ook wel eens lezingen, maar dan sloeg hij helemaal dicht: woorden bleven steken, er traden blackouts op, hij ging zweten en de paniek nam toe.
Communicatie-oefeningen, mediteren, omdenken, zeggen dat je het wel kan: alles had hij al gedaan, maar niets hielp. En de volgende dag had hij weer een druk bezochte lezing.
Terug naar het oer-moment
Stendert besloot het fundamentele vraagstuk aan te pakken. Tijdens de hypnosesessie reisden ze samen terug naar het moment waarop dit vastlopen oorspronkelijk ontstond: de babytijd, waar hij huilde maar zijn ouders niet reageerden. Hij stopte met huilen toen hij merkte dat het geen zin had.
Op dat moment was in zijn zenuwstelsel de overtuiging komen te zitten dat jezelf uitspreken helemaal geen zin heeft. In dat oer-moment lag de kiem van het verlammingsscenario dat decennia later opsprong op een podium.
De doorbraak
Stendert hielp de cliënt door dit moment heen te gaan. Het resultaat: hij gaf de lezing de volgende dag zonder enige blokkade, met een moeiteloos vertrouwen dat hem eerder totaal vreemd was.
Het probleem was niet onderdrukt, maar opgeheven door de bron van het trauma te helen. Dat is precies waar hypnotherapie zich onderscheidt van werken aan de buitenkant.


